Christelijk onderwijs (artikel in De Wekker)

Gericht op Christus onderwijzen

Altijd weer een plechtig moment als het ja-woord van de ouders klinkt voorin de kerk. Ze beloven daar hun kind “naar hun vermogen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen”. In dit artikel willen we enkele Bijbelse lijnen aanwijzen die richting geven aan de uitvoering van deze belofte in de praktijk.

Het gaat in dit artikel vooral over het onderwijs dat onze kinderen nodig hebben. Christelijk onderwijs betekent: gericht op Christus onderwijzen. Zowel de ouders als de kinderen hebben een relatie met de Heere Jezus nodig. Dáár is het onderwijs op gericht. Maar het gaat breder dan de betrokkenheid van de ouders, want ook de kerk en de school zijn daarbij betrokken. Dat is een zware opgave. Voor ons mensen lijkt het vaak onmogelijk. Hoe gaan we dat doen en wie schakelen we erbij in? Welke school kiezen we? Wat doen we thuis aan onderwijs? Welke kinderbijbel gebruiken we? Of.. Vragen te over, teveel om in dit artikel te kunnen behandelen.
Het is zo bijzonder dat Gods Woord ook hierin richting geeft. In heel de Bijbel blijkt dat God niet alleen volwassenen belangrijk vindt. Juist met de kleine kinderen richt God Zijn verbond al op. Hij wil niets liever dan dat ze Hem gaan dienen in hun leven. Dat ze dienstbaar zullen zijn aan en in Zijn Koninkrijk.

Hoe?
Reeds in Deuteronomium geeft de Heere aan hoe Hij wil dat ouders hun kinderen leren wat de geboden zijn. Nadat de Heere de wet gegeven heeft en de samenvatting ervan, dat het volk de Heere met heel hun hart, ziel en vermogen moeten liefhebben, geeft Hij ook aanwijzingen hóe ze hun kinderen onderwijs moeten geven. We lezen in hoofdstuk 6 vers 7:
“U moet ze uw kinderen inscherpen en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.” Het is de bedoeling dat de ouders de geboden zó vaak herhalen dat ze binnendringen bij de kinderen. Dat ook zij de Heere zullen gaan liefhebben met hun hele hart. Dit zou nog verkeerd opgevat kunnen worden, dat ouders echt les zouden geven. Dat is niet de bedoeling. Het gaat om een integratie van het onderwijs in het dagelijkse leven. God dienen is niet iets van de zondag en de stille tijd alleen. Ons hele leven behoort ervan doordrongen te zijn. We mogen zo voorbeelden zijn voor onze kinderen. We laten hen zien Wie de Heere is en we vertellen erover Wie de Heere ook voor de kinderen wil zijn: hun Redder, hun Vader. Dit doen we bij elke gelegenheid die zich voordoet. Als ze wakker worden: we kunnen hen laten zien wat een wonder het is dat ze gezond zijn en weer naar school kunnen. Ook het naar bed brengen is zo’n moment dat we kunnen spreken over het dienen van de Heere. Een moment van stilte en reflectie. Op een niveau en wijze die bij het kind passen. Als we met de kinderen bezig zijn, in huis of buiten, zullen er altijd wel gelegenheden zijn om stil te zijn voor God of juist momenten om iets te vertellen over onze eigen relatie met de Heere of over Zijn geboden.

Met welk doel?
Psalm 78 geeft ons overzicht van Gods bedoeling én onze beperktheid als het gaat over het onderwijzen van onze kinderen. De taak van de ouders is om de volgende generatie “loffelijke daden van de HEERE [te] vertellen, Zijn kracht en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft” (vers 4). Opdat die kinderen het op hun beurt weer zouden doorvertellen aan hún kinderen (vers 6). Het doel ervan is  dat “zij hun hoop op God stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden in acht nemen”. (vers 7) . Dan gaat het over het steeds weer in herinnering brengen van de grote daden van de HEERE en Zijn verbond(enheid) met ons en onze kinderen.
Kinderen moeten leren onderscheiden wat wel en niet goed is. Dan gaat het niet alleen om een vaststaand lijstje van wat wel en wat niet goed is, maar om hen helpen om te leven naar Gods wil in een snel veranderende tijd. Om niet kritiekloos bij (maatschappelijke) ontwikkelingen aan te sluiten, maar om je kinderen tegen het verkeerde te wapenen.
Maar waartegen dan? Is het gevaar niet dat we te snel zeggen wat niet mag en wel moet, maar vergeten we wat er echt aan de hand is, hoe de wereld eruit ziet waarin ze opgroeien naar zelfstandigheid? Het je opsluiten in je eigen gelijk is niet de oplossing, maar er is onderwijs nodig om kinderen te leren zelfstandig te leren denken en handelen. Dat kan niet alleen uitbesteed worden aan een school, hoe hoog die school ook de christelijke identiteit in haar vaandel heeft staan. Het begint thuis, bij de opvoeding.
Maar ook in het onderwijs op school is het belangrijk om kinderen en jongeren zelfstandig te leren nadenken. Want er komt een moment dat je kind van school af gaat en heeft het dan de “tools” in handen om dit te kunnen en de juiste keuzes te kunnen maken, die God vraagt in zijn Woord? Dat hebben we het over een opvoeding waarbij er niet sprake van een eenrichtingsverkeer is, van wisselwerking tussen opvoeder en degene die opgevoed wordt. Zo ging het ook aan de tafel in het joodse gezin (Deut. 6:20). Creëer een mooie open situatie waarin er de veiligheid is om alles te bespreken!
Dan leert de “onderwijzer” ook het kind echt kennen, zodat hij/zij weet wat nodig is om het te vertellen Wie de HEERE is en Wie Hij wil zijn voor dat kind.
In de hoop dat het kind er naar gaat verlangen die God te gaan zoeken en Hem te gaan dienen.

Onmogelijk?
Opvallend is dat Asaf in Psalm 78 vers 8 de hoop uitspreekt dat de kinderen het beter zullen doen dan hun ouders. Hier blijkt de weerbarstigheid van de praktijk. Wat is er van mensen te verwachten? Asaf wijst er terecht op dat veel volwassenen het er niet goed vanaf gebracht hadden. Ze hadden de Heere verlaten, gemopperd in de woestijn. Ze vertrouwden de Heere niet, terwijl Hij hun Vader wilde zijn. Hij gaf hun drinken, brood en vlees. En zij dienden liever de afgoden. En God bleef zorgen als de God van het verbond, dat hij had opgericht met Zijn volk. Wat is het ingrijpend dat het volk, ondanks Gods aanwijzingen, niet wilde luisteren.
God weet ook hoe mensen zijn, Hij weet ook hoe ouders in 2014 leven en denken. Hij weet hoe druk we zijn en voor hoeveel keuzes we staan. Ouders zijn net als hun kinderen niet perfect en de erkenning daarvan leert je eigen beperktheid. De Heere wil daarbij juist geven wat nodig is. Hij gebruik daarvoor ouders, familieleden, gemeente(leden) en scholen. Wat een mooie gedachte is het dan dat de ouders er niet alleen voor staan. In het midden van de gemeente gaven ze hun antwoord. In de Bijbel wordt de gemeente vergeleken met een lichaam. Ieder heeft zijn eigen gave. Samen mogen we gemeente zijn. Samen mogen we voor de lammeren van de kudde zorgen. Zo kunnen we als gemeente rondom de ouders staan. Dit geldt zeker ook voor het onderwijs, waarbij de ouders verantwoordelijk blijven dat het onderwijs op een goede manier plaats vindt, ook door anderen.
Deputaten kerkjeugd en onderwijs (dK&O) hebben namens de kerken hun eigen verantwoordelijkheid. De synode heeft ons opgedragen aandacht te besteden aan opvoedingsondersteuning in de gemeenten. Daartoe is in juli de stuurgroep opvoedingsondersteuning opgericht. Samen met andere partijen hopen we richting te gaan geven aan dit thema. Vanuit de gemeenschappelijke basis zetten de samenwerkende organisaties zich in voor praktische en Bijbels gefundeerde toerusting voor (jonge) ouders.

Altijd weer een plechtig moment daar voorin de kerk. Het ja-woord klinkt. Het resoneert, ook de gemeente zegt ja. Samen hopen we er te zijn voor de kinderen, de pubers. Voor elkaar. We kunnen met en van elkaar leren. Samen aan de voeten van de Heere Jezus. Dat is de beste plaats.  Hij is onze beste Leermeester.

Ineke Voorthuijzen – den Dekker en ds Bert van de Bovekamp maken deel uit van het deputaatschap Kerkjeugd & Onderwijs