uit DRS Magazine: drs. Els J. van Dijk: Oefenen in verlangen

Oefenen in verlangen.

Drs. Els J. van Dijk

Uitgeverij: De Banier, Apeldoorn

ISBN 978 94 627 8225 9

Als directeur van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort ontmoet Els van Dijk vrijwel dagelijks jonge mensen. De maatschappij waarin zij opgroeien fascineert haar, dat is in Oefenen in verlangen duidelijk te zien. Het is een vervolg op haar vorige boek De hunkerende generatie. In haar nieuwe boek doet ze een handreiking aan opvoeders van deze generatie.

Het boek is opgebouwd aan de hand van ervaringen die de auteur in al haar onderwijservaring heeft opgedaan. Regelmatig schetst ze een anekdote uit haar eigen ontmoetingen. Dit maakt dat het boek makkelijk leest en ook
praktisch is. Al lezende merk je snel dat de wereld van de jongeren haar niet vreemd is.

Het boek is ingedeeld in drie delen: verlangen, verbinden en oefenen. In het eerste deel staat de auteur nadrukkelijk stil bij de vraag of we de ander echt zien. ‘De fout die we als volwassenen kunnen maken is dat we al te snel
met ons (voor)oordeel klaarstaan en dat we wel even zullen zeggen hoe de vork in de steel zit én welke oplossing we voor ogen hebben.’

In het tweede deel ligt het accent op het verbinden. Van DIjk legt uit dat het wat met jongeren doet als je aangeeft hen echt te zien. Toen ze stelde dat al de studenten die voor haar zaten ‘prachtige, bijzondere, speciale en
unieke mensen’ waren, keken ze haar argwanend aan. ‘Een van de studenten stak zijn hand op en antwoordde: “Nou dat vind ik wel wat overdreven.”’ Toch moeten we zo naar jongeren kijken, stelt ze. ‘Volwassenen zijn een afspiegeling van de Heere Jezus in Zijn opzoekende zondaarsliefde.’

Ten slotte besteedt Van Dijk aandacht aan het oefenen in dit verlangen. De opbrengst van het oefenen in verlangen kan soms moedbenemend zijn, erkent de schrijfster. ‘Dan houd ik mij maar vast aan het volgende. Water is vloeibaar en steen is hard. Maar als je een fles met water boven een steen hangt, zodat het water druppelsgewijs op de steen valt, dan zal het uiteindelijk een opening uitslijten in de steen. Het Woord van God is eveneens zacht en ons hart verhard. Maar als mensen het Woord van God veelvuldig beluisteren, dan zal hun hart zich openen in ontzag voor God.’

Van Dijk heeft in dit boekje een duidelijke boodschap weergegeven. De opvoedende generatie heeft de komende generatie veel te bieden, omdat het mag voorleven wat Gods Woord ons geeft. De vraag kan echter wel opkomen: is
dit alles maakbaar? Voorzichtig gesteld: is de krachtdadige werking van Gods Geest hierin niet onmisbaar? De noodzaak van wedergeboorte, wil het leven echt verlangend kunnen zijn? Die klank had wel wat meer nadruk mogen krijgen. Niet om daar als opvoeders ons achter te verschuilen, maar juist om het gebed daarvoor te verlevendigen.

Gerco van Appeldoorn, redacteur DRS Magazine