God van de generaties- artikel in De Wekker door ds. A. Versluis

God van de generaties
De Wekker, 13-03-2015
door A. Versluis
Bij het thema ‘generaties’ gaat het al snel over verschillen. Waarin verschillen generaties, en hoe bereiken ze elkaar in de kerk? Vanuit de Bijbel is er veel meer te zeggen voor de eenheid van de geslachten. Ze horen bij elkaar en hebben elkaar wat te zeggen.

Hoeveel generaties zijn er eigenlijk binnen één gemeente? De Bijbel rekent voor een generatie meestal 40 jaar – dan kom je niet verder dan drie generaties. Vandaag wordt vaak gezegd dat er elke 15 jaar een wisseling van generatie plaatsvindt – dan kom je wel tot zeven generaties. Dat ene voorbeeld laat al zien dat we onze ideeën over generaties niet zomaar in de Bijbel terugvinden. De puberteit als een aparte leeftijdsfase moest nog worden uitgevonden. Maar de generaties spelen wel een duidelijke rol in de Schrift. Ik wil drie lijnen trekken.

Van geslacht tot geslacht
Allereerst, God werkt door de generaties heen, ‘van geslacht tot geslacht’. Wat er ook verandert, Hij blijft dezelfde, de trouwe en genadige God. God openbaart aan Mozes Zijn naam bij de brandende braambos: HEERE, ‘Ik ben die Ik ben’; dat is voor altijd Zijn naam, die in gedachtenis moet blijven van generatie op generatie (Exod. 3:15). Vaak wordt Gods trouw bezongen in de psalmen: Zijn jaren duren voort van generatie op generatie, Zijn raad blijft bestaan, Zijn heerschappij als koning omvat alle geslachten (Ps. 102; 33; 145).

Daarom is de eeuwige God een toevlucht door alle geslachten heen. U bént voor ons een toevlucht geweest, zingt de dichter van Psalm 90, van geslacht tot geslacht. Dat is een belijdenis over wie de Heere is: Hij is een schuilplaats geweest voor vorige generaties. Maar het is tegelijk een gebed: blijf dat, wees ook voor deze generatie een toevlucht.

Door de generaties heen blijft God trouw aan Zijn verbond. Hij houdt dat ‘tot in het duizendste geslacht’ (Deut. 7:9). Tegenover Gods toorn over wie Hem haten, staat Zijn liefde en trouw aan het verbond, die blijft, onafzienbaar lang.
Gods trouw komt ook naar voren in de geslachtsregisters. Zo’n stamboom laat in elk geval zien hoe God door de generaties heen werkt. Al zeggen de meeste namen ons helemaal niets, ze zijn niet vergeten en ze lopen uit op een leider of op de Zaligmaker in wie de Heere Zijn werk voortzet.

Gods werk door de geslachten heen is tegelijk een oproep om zijn Woord door te geven aan een volgende generatie. Die oproep klinkt bijvoorbeeld in Deut. 6, vlak na de centrale belijdenis wie God is: Hoor Israël, de HEERE, onze God, de HEERE is één, of de enige. Daarom moet Israël de Heere liefhebben met heel hun hart, heel hun verstand, al hun krachten. De woorden die God tot hen spreekt, moeten in hun hart zijn. Die boodschap moeten ze ook doorgeven aan hun kinderen, door erover te spreken.

Dat doorgeven van het Woord gebeurt in het gewone, dagelijkse leven (Deut. 6:20-25). Op een heel natuurlijke manier: een kind dat met vragen komt naar zijn vader. Wat zijn dit voor voorschriften die de Heere ons gegeven heeft? Kinderen stellen zulke vragen vanzelf als ze klein zijn, en wat is dat een uitgelezen moment om te spreken over de Heere en Zijn dienst. Ik kan me zelf nog heel goed zo’n gesprek met mijn vader herinneren. Niet omdat hij zulke bijzondere dingen zei, maar hij sprak goed van de Heere, en dat is een kostbare herinnering. Als een kind vragen stelt, mag je antwoord geven. Die vader in Israël moest dan vertellen over Israël, een slavenvolk in Egypte; over Gods grote daden, waarmee Hij hen verlost heeft; over de wetten die déze God gegeven had, om Hem te dienen; en hoe goed zo’n leven met de Heere is. Zo mag een volgende generatie leren wie de Heere is en wat het betekent om Hem te dienen. Praten wij daarover met onze kinderen, zodra het kan en zolang het kan?
Als een nieuwe generatie niet hoort van Gods grote daden, gaat het verkeerd. Het boek Richteren begint ermee dat er na de dood van Jozua een andere generatie kwam, die de HEERE niet kende en niet wist van Zijn daden voor Israël (Richt. 2: 10). Blijkbaar hadden zij het niet gehoord … Daarop volgt een grote geschiedenis van afval, ellende en het oordeel van God. Er staat wat op het spel in wat je doorgeeft aan je kinderen.

Niet dat een goede opvoeding garandeert dat je kinderen persoonlijk de Heere gaan dienen. Bij de koningen van Juda bijvoorbeeld kom je verschillende voorbeelden tegen van een Godvrezende vader en een goddeloze zoon. Ook andersom gelukkig! Maar de doorgaande lijn in de Bijbel is wel dat de Heere werkt ‘in de lijn der geslachten’. De ene generatie mag het Woord doorgeven aan de volgende generatie. Gods trouw door de geslachten heen wordt zichtbaar in het teken van het verbond (besnijdenis, doop), dat er is voor de gelovigen én hun nageslacht. Dat is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een rijke belofte en een vaste pleitgrond voor ouders en voor de hele gemeente. Niet wîj kunnen een nieuwe generatie winnen of vasthouden, maar Gód wil naar Zijn belofte werken door de geslachten heen. Dat geeft hoop!

Generaties als voorbeeld
Als tweede, de ene generatie is ook een voorbeeld voor de andere. Vaak gaat het dan om jongeren die dingen leren van hun ouders. Ouders hebben de roeping om hun kinderen dingen te onderwijzen, in te prenten (Deut. 6:7). Een nieuwe generatie moet blijkbaar dingen leren, en mag dat ook. Daarbij gaat het nooit om een traditie of gewoonten zonder meer, maar om wie de Heere is, om Zijn grote daden, en van daar uit om een leven naar Zijn geboden. Dat hoort bij elkaar, maar wel in die volgorde. In Deut. 6 klinkt eerst de boodschap wie God is, dan gaat het over de liefde tot Hem, en dan pas over het doorgeven daarvan. Hoe kun je kinderen leren wie de Heere werkelijk is als je Hem zelf niet kent en met Hem leeft?
Het voorbeeld van ouders zien we ook in de wijsheidsliteratuur. In het boek Spreuken is voortdurend een vader aan het woord die spreekt tot zijn ‘zoon’. Dat zal vaak een leraar zijn geweest die zich richtte tot zijn leerlingen, maar in een verhouding als van vader en zoon. De vader in Spreuken roept zijn zoon voortdurend op om zijn onderwijs en zijn leven als voorbeeld te nemen. De spreuken gaan werkelijk over de hele breedte van het leven: ijver en luiheid, vriendschap, de omgang met vrouwen, goede manieren enzovoort. Maar wel steeds in de context van de vreze des HEEREN, die het begin van alle wijsheid is.

In het Nieuwe Testament zegt Paulus tegen zijn ‘zoon’ Timotheüs dat die hem heeft nagevolgd in zijn onderwijs, levenswandel, geloof, liefde, geduld en vervolgingen (2 Tim. 3:10-11). En hij roept de gemeente van Korinthe op, van wie hij de geestelijke vader is: ‘word mijn navolgers’ (l Kor. 4:16). Paulus neemt vrijmoedig zichzelf als voorbeeld. Dat is geen hoogmoed, maar dat kan hij zeggen, omdat hij zelf een dienaar van Christus is en Hém navolgt. Wie Paulus volgt, komt achter Christus aan. Zo is hij een voorbeeld voor zijn ‘kinderen’ .

Het kan overigens ook andersom, dat een oudere generatie géén voorbeeld is om na te volgen. In Psalm 78 worden de Israëlieten opgeroepen om Gods grote daden door te geven aan hun kinderen. Zo moeten de kinderen leren wie God is, opdat ze ook zelf hun hoop op God gaan stellen en leven naar Zijn geboden. Dat is nodig, opdat de nieuwe generatie niet wordt zoals hun vaderen, die opstandig en ongehoorzaam waren (Ps. 78:8). De rest van de psalm is een hele serie voorbeelden van Gods trouw én van Israëls ontrouw. Hier zijn de vorige generaties dus vooral een voorbeeld hoe het met moet. Hetzelfde zie je in de geschiedenis van de verspieders. De grote meerderheid van het volk vertrouwt niet op Gods belofte dat Hij hen het land zal geven. Terwijl juist een jongeman, Kaleb, wel op God vertrouwt. En in het Nieuwe Testament horen we een jong meisje, Maria, zich gewillig overgeven als de engel de geboorte van Jezus aankondigt. Beschamend voor de oude priester Zacharias, die bestraft moet worden voor zijn ongeloof.

Voorbeelden zijn belangrijk, zeker voor jongeren. Dat is iets om onszelf af te vragen: is ons leven, onze generatie een voorbeeld voor anderen? Komen andere generaties goed uit als ze ons volgen? Wat heerlijk als er in de gemeente ouderen zijn in wie jongeren de gunnende liefde van de Heere mogen zien en de diepgang van een lang leven bij Zijn Woord. En als er jongeren zijn die enthousiast en gehoorzaam de Heere willen dienen, ook als dat moeite met zich meebrengt.

Eenheid van generaties
Als derde, de verschillende generaties binnen de gemeente vormen een eenheid. Natuurlijk zijn er allerlei verschillen. De tijd waarin onze kinderen opgroeien is heel anders dan de jeugd van onze grootouders. In de Schrift wordt echter vooral nadruk gelegd op de eenheid van de verschillende generaties.
In het Oude Testament zie je die eenheid in het boek Deuteronomium. Israël staat aan de grens van het beloofde land, nadat de vorige generatie is gestorven in de woestijn. Het overgrote deel van Israël heeft persoonlijk de uittocht uit Egypte en Gods verbond bij de Sinaï dus niet meegemaakt. Toch wordt er telkens gesproken alsof dat wel zo is. Niet met onze vaderen, maar met óns heeft de HEERE een verbond gesloten bij de Horeb, wij die hier in leven zijn (Deut. 5:2-3). Wîj waren slaven van de farao, maar de HEERE heeft ons verlost uit Egypte (Deut. 6:21-23). Het volk van God vormt een eenheid, door de generaties heen.

Ook in het Nieuwe Testament ligt steeds de nadruk op de eenheid van de gemeente. Niet dat er in de eerste gemeenten geen verschillen waren. Het verschil tussen Joden en heidenen bijvoorbeeld; zeker voor een Jood was dat een enorm verschil. Dat leverde in de jonge gemeenten allerlei vragen en spanningen op, over de besnijdenis, de voedselwetten enz. Maar in Christus is die scheidsmuur weggenomen. In Christus is het niet meer van belang of iemand Jood is of Griek, maar allen zijn één in Hem (Gal. 3:28). Christenen uit de Joden en uit de heidenen vormen samen één gemeente. Als dat geweldige verschil wegvalt bij het kruis van Christus – daarbij vergeleken is het samenleven van verschillende generaties in één gemeente maar een kleinigheid.

Een prachtig voorbeeld van die eenheid vinden we rond de geboorte van de Heere Jezus. Maria, een meisje van een jaar of zestien, spreekt en zingt samen met Elizabet over Gods grote daden. En in de tempel ontmoet ze Anna, een weduwe van boven de 80. Wat een verschil in leeftijd en levensomstandigheden, maar ze vinden elkaar rond de geboren Zaligmaker, in de lofzang op God.

Zouden wij in de kerk die eenheid tussen de verschillende generaties niet veel meer nodig hebben? Natuurlijk is het goed dat er eenjeugdclub is voor de jongeren. Maar als de gemeente een eenheid is, van jong tot oud, is er veel voor te zeggen om verenigingen en activiteiten niet steeds op te delen in leeftijdsgroepen, maar de verschillende generaties zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. In Gods gemeente komen al die leeftijden samen en ze hebben elkaar nodig.

Dat kan ook praktisch vorm krijgen. Jongeren uit de gemeente die op bezoek gaan bij ouderen of een klusje voor hen doen – dat is voor allebei goed. En ik ben blij met de mannenvereniging in onze gemeente, waar broeders van 23 tot 81 jaar samen het Woord onderzoeken en elkaar ontmoeten. Dat werkt samenbindend in de gemeente. Het gaat er in de kerk immers niet om dat wij het mensen naar de zin maken, de jeugd net zo min als de ouderen. Het gaat om de verkondiging van Gods grote daden, om Zijn genade in de Heere Jezus Christus, waarvan wij het allemaal moeten hebben. Als wij daaruit leven, vallen zoveel verschillen weg.
Het is heerlijk als je Gods werk mag opmerken, door de geslachten heen. Omdat God dezelfde blijft, van geslacht tot geslacht, is er hoop voor deze én voor nieuwe generaties.

(dr. A. VersZuis is predikant van de kerk te Ouderkerk aan de Amstel en lid van het deputaatschap Kerkjeugd en Onderwijs)